eenmanszaak

now browsing by tag

 
 

<p>Inspecteur corrigeert terecht te hoge inbrengwaarde pand bij start onderneming</p>

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in navolging van de rechtbank dat X bij de inbreng van de onroerende zaak in zijn eenmanszaak in 2010 ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de waardedruk wegens zelfbewoning....Dit is een fout die de inspecteur in 2013 op basis van de foutenleer mag herstellen.

Inspecteur corrigeert terecht te hoge inbrengwaarde woning bij start onderneming

Rechtbank Gelderland oordeelt dat X bij de inbreng van de onroerende zaak in zijn eenmanszaak in 2010 ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de waardedruk wegens zelfbewoning.

Etentjes in restaurants van cliënten zijn niet 100% zakelijk. Vrijval schuld

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de heer X de zakelijkheid van de uitgaven niet aannemelijk maakt. De vrijval van een vof-schuld aan de oude eenmanszaak van X is echter onbelast. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Via eenmanszaak aan bv verstrekte bedragen kwalificeren niet als lening

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat X het bedrag van € 40.348 niet ten laste van zijn inkomen in aftrek kan brengen. Een deel van dat bedrag heeft namelijk betrekking op de volstorting van de aandelen in E bv.

Vrijstelling verkrijging aandelen onroerendezaak-bv voor opvolgende dochter

A bv beschikt over een vastgoedportefeuille. De aandelen van A bv zijn in handen van Q, de vader van belanghebbende, X. Q houdt zich bezig met het aankopen, ontwikkelen, verkopen en verhuren van onroerende zaken. Sinds mei 2010 is X werkzaam bij A bv, en ondersteunt zij haar vader bij zijn werkzaamheden. Op 25 september 2013 schenkt Q de aandelen A bv aan X. Ook neemt X meteen alle werkzaamheden van Q over. In geschil is of X zich terecht beroept op de vrijstelling van art. 15 lid 1 onderdeel b WBR. Volgens de inspecteur is deze vrijstelling namelijk niet van toepassing. Hij legt dan ook een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op aan X. Niet in geschil is dat de aandelen in A bv moeten worden aangemerkt als fictieve onroerende zaken, en dat de vastgoedportefeuille dienstbaar is aan, en behoort tot, de materiële onderneming van A bv. Ook is niet in geschil dat er naar de letter van de wet geen sprake is van een vrijgestelde verkrijging. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de verkrijging van de aandelen op grond van de wetsgeschiedenis, de strekking van de doorkijkarresten (Hoge Raad 23 februari 2007, nr. 41591, V-N 2007/14.27 en 10 juni 2011, nr. 10/00498, V-N 2011/32.19), en de structuur van WBR is vrijgesteld van overdrachtsbelasting. De rechtbank overweegt daarbij onder andere dat het de ratio van art. 4 WBR is om, door een meer economische benadering, het in wezen gelijke gelijk te behandelen. Hierbij merkt de rechtbank op dat het aannemelijk is dat Q, door zijn positie, en de aard van zijn werkzaamheden binnen de bv, als IB-ondernemer een IB-onderneming zou hebben gedreven, als de onderneming van de bv door hem als eenmanszaak zou zijn geëxploiteerd. Verder wijst de rechtbank er nog dat X de positie van Q, en zijn werkzaamheden, volledig heeft overgenomen en voort heeft gezet. Als door de bv-structuur wordt heen gekeken, zou de verkrijging zijn vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Rechtbank Noord-Holland vernietigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting.

Boekenonderzoek wekte vertrouwen dat inspecteur akkoord was met ondernemerschap

Hof Den Haag honoreert het beroep op het vertrouwensbeginsel als het gaat om het ondernemerschap van Y voor haar eenmanszaak.

Verliesgevende poetsmiddelenverkoop geen bron van inkomen

Belanghebbende, X, is gehuwd met D. Op haar naam staat in het handelsregister van de KvK de eenmanszaak E ingeschreven. E richt zich op de verkoop van ecologisch verantwoorde vloeistoffen (was-, poets- en reinigingsmiddelen). De resultaten uit de desbetreffende werkzaamheden zijn, na een fiscale procedure over de belastingjaren 2007 en 2008, aan X toegerekend. In de jaren 2006 t/m 2009 is met E een negatief resultaat behaald. In zijn aangifte ib/pvv 2010 geeft X een verlies uit onderneming van € 7026 aan. Volgens de inspecteur vormen de activiteiten in verband met de verkoop van de vloeistoffen echter geen bron van inkomen (meer). Daarom wordt het verlies over het jaar 2010 niet als aftrekpost geaccepteerd. Het beroep van X tegen de aanslag ib/pvv 2010 wordt ongegrond verklaard. X komt in hoger beroep.Hof 's-Hertogenbosch beslist, net als de rechtbank, dat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat in het jaar 2010 de objectieve verwachting bestond dat in toekomstige jaren wel positieve resultaten zouden kunnen worden behaald. De door X verrichte activiteiten in het kader van E vormen daarom geen bron van inkomen en dus ook geen onderneming. De inspecteur heeft terecht het negatieve resultaat van € 7026 voor het jaar 2010 niet in aanmerking genomen. X kan ook niet de door hem gestelde verliezen van € 17 193 verrekenen. In het verleden gemaakte verliezen zijn bij D verrekend en aan X zijn geen verliesvaststellingsbeschikkingen afgegeven. Het hoger beroep is ongegrond.

Hof accepteert participatie als winstvennoten niet

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat B en C in de onderneming hebben geparticipeerd. Het hof wijst er daarbij op dat de onderneming bij de KvK als eenmanszaak stond ingeschreven.

Etentjes in restaurants van cliënten zijn niet 100% zakelijk. Vrijval schuld

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de heer X de zakelijkheid van de uitgaven niet aannemelijk maakt. De vrijval van een vof-schuld aan de oude eenmanszaak van X is echter onbelast.

Geen bewijs voor afspraak over afzien navordering

Rechtbank Gelderland oordeelt dat bij de Belastingdienst onduidelijkheid bestond over het aanvangstijdstip van de eenmanszaak van de heer X, zodat een boekenonderzoek naar zijn privé-situatie in 2008 en 2009 juist wel voor de hand lag.
Top